Job 1:1 - 2:10
Tekst : Job 1:1 - 2:10
Thema : God vaarwel zeggen?
Een groot gedeelte van de babyboomgeneratie is opgevoed met het christelijk geloof maar heeft God vaarwel gezegd. Maar ook ik heb ook jonge mensen meegemaakt die enthousiast volgeling van Jezus waren. Maar die naar verloop van tijd zijn afgehaakt. Om allerlei redenen. Omdat ze een ongelovige partner kregen of teleurgesteld raakte in het leven. Het hoefde niet meer voor hen. God vaarwel zeggen. Dat is ook waar het in Job 1 en 2 om gaat. Tot drie keer toe wordt Job in verzoeking gebracht om God vaarwel te zeggen. Niet zomaar een beetje. Op extreem heftige manier wordt zijn geloof aangevochten.
Job is een man met een aangevochten geloof. Is Job daarmee niet het model van elke gelovige? Is een echt geloof niet altijd een aangevochten geloof? Het is toch niet vanzelfsprekend dat wij God nog niet vaarwel hebben gezegd. Hoe blijven wij staande? Hoe komen wij tot die doorleefde gemoedsrust zoals verwoord in vers 21? Thema: God vaarwel zeggen.
Wat was Job eigenlijk voor man? Mooiere introductie kun je bedenken. Hij is vroom, oprecht, godvrezend en keert zich af van het kwaad. Niet alleen introduceert de verteller Job op deze manier. God zelf doet daar nog een schepje bovenop tegenover de satan. Tot twee keer toe. Niemand op aarde is zo vroom, oprecht, godvrezend als Job. Kortom een model gelovige.
Job was overigens geen zweverig type. Hij geeft zijn geloof handen en voeten. Je kunt het aan zijn handel en wandel zien. Hij kijkt om naar de arme, betaalt zijn personeel, kleedt de naakte, voedt de hongerige (Job 31). Ook hier wordt een voorbeeld gegeven van zijn zorg voor het geestelijk welzijn van zijn kinderen (vers 4,5). Hij gaat er niet zonder meer vanuit dat het wel goed zat met het geloof van zijn kinderen. Hij houd er rekening mee dat ze God vaarwel zouden zeggen in hun hart.
Maar Job was niet alleen een model gelovige. Hij had ook een modelgezin. Zeven zonen en drie dochters. Zeven en drie staan beiden voor volheid, volmaaktheid. Daarbij was Job ook nog eens schatrijk. Er was niemand zo rijk als Job. Hij stond bovenaan de Quote 500. Job was de Bill Gates van de oudheid.
Een ideaal plaatje, bijna een sprookje, eigenlijk te mooi om waar te zijn.
Maar dan komt die vraag van de satan. Als God hem attendeert op Job: heb je mijn knecht Job gezien? Dan die vraag van de satan: Is het zonder reden dat Job de Heer vreest? In het Hebreeuws staat er om niet. Zonder bijbedoeling, onvoorwaardelijk. Niet om wat God geeft maar om God zelf.
Daar gelooft de satan niet in. Hij gelooft in: voor wat hoort wat. Nog al logisch dat Job U dient. U geeft hem alle geluk en voorspoed die een mens maar kan wensen. Hij wordt nog steeds rijker. In het begin lijkt het alsof God Job zegent vanwege zijn vroomheid. Nee zegt de satan het is andersom. Job wordt er beter van en daarom gelooft hij.
Eigenlijk stelt de satan hier wel een hele goede en essentiële vraag. Een vraag die we ook onszelf kunnen stellen. Waarom geloof ik eigenlijk? Waarom ben ik een volgeling van Jezus Christus? Omdat ik er beter van wordt? Om zegen en voorspoed te ontvangen? Of heb ik God lief omwille van hemzelf? Met een onvoorwaardelijke liefde. Om niet, zonder reden.
Waarom houd ik van Marja? Omdat ze goed kan koken? Omdat het prettig is in haar gezelschap te vertoeven? Of houd ik van haar omwille van haarzelf? Zonder bijbedoeling? Met een onvoorwaardelijke liefde. Om niet, zonder reden.
De satan stelt eigenlijk de centrale vraag, waar het om draait: is het mogelijk dat iemand God liefheeft om niet. De satan gelooft er niet in. God wel.
Daarom gaan beiden de weddenschap aan. De satan omdat hij niet gelooft dat Job de Heer vreest zonder reden. Neem hem alles af en hij zal U vaarwel zeggen. In het Hebreeuws staat er Job zal u zegenen. Het tegengestelde van wat wordt bedoeld. Voorbeeld: als iemand heel onaardig tegen je doet, zeg je ‘wat doe je weer aardig tegen mij’.
God stemt ermee in. Omdat Hij wel gelooft dat Job Hem zonder reden vreest. Het is natuurlijk niet zonder risico wat hier gebeurt. Job wordt wel degelijk in verzoeking gebracht, het wordt wel degelijk op de proef gesteld. Nu zal werkelijk blijken waarom hij zo vroom, oprecht en godvrezend is. Nu zal werkelijk blijken of hij de Heer zonder reden, om niet lief heeft. Of zal misschien toch blijken dat er voor Job een breekpunt is. Een moment waarop hij God vaarwel zal zeggen. Als blijkt dat geloven alleen maar nadelen oplevert, dat je alles verliest. Juist omdat je gelooft. Omdat je op de proef wordt gesteld. Een proef waarvoor, hoe je het ook wendt of keert, God zelf zijn goedkeuring geeft.
In het klein
God vaarwel zeggen. Is dat niet wat er vaak gebeurt? Ook in het klein. Als het even niet uitkomt dat je gelooft, dat je christen bent.
Petrus verloochende Jezus drie keer omdat het even niet uit kwam dat hij een discipel van Jezus was. Het is heel opvallend dat Petrus drie keer op de proef wordt gesteld, evenals Jezus drie maal op de proef wordt gesteld bij de verzoeking in de woestijn.
Eerste beproeving
Na het eerste gesprek tussen God en de satan verliest Job zijn kinderen, zijn personeel en zijn bezittingen. Vier boodschapper komen achter elkaar het onheil aanzeggen. De één is nog niet uitgesproken of de ander komt al binnen. Hier komt de uitdrukking Jobstijding vandaan. Job blijft achter als een berooid mens.
Er daalt een diepe rouw neer op het leven van Job. Hij scheurt zijn kleden, scheert zijn hoofd, valt op de aarde (vers 20). Maar een ding doet hij niet. Hij zegt God niet vaarwel. Er gebeurt niet was de satan had verwacht. Sterker nog Job aanbidt God (1:21,22), hij zondigt niet, hij schrijft de God niets ongerijmds toe. Wat God doet is wel gedaan.
Je kunt je afvragen hoe dat mogelijk is. Die berusting van Job. Was hij dan zo stoïcijns? Deed het verlies, het lijden dat hem overkwam, hem dan helemaal niets?
Het is goed ons te realiseren dat hoofdstuk 1 en 2 slechts een inleiding vormen tot het grote hoofddeel dat hierna volgt (40 hoofdstukken lang). Daarin zien we een Job die worstelt met God, die God alles in z’n gezicht smijt, die in opstand komt, verbitterd is, woedend.
Uiteindelijk vindt hij rust, in de ontmoeting met God. Een zwaar bevochten en diep doorleefde rust is. Nee, 1:21 is geen tegeltjeswijsheid. Het zijn woorden van een mens met een aangevochten geloof.
Je kunt 1:21 niet lichtvaardig gebruiken in een pastoraal gesprek. Alleen degene die het heeft bevochten en doorleefd, heeft het recht om deze woorden te spreken.
Bij de volgende ontmoeting wijst de Heer de satan er op: heb je het gezien, Job houdt nog steeds vast aan zijn vroomheid ondanks alles wat hem is overkomen. Maar de satan laat het er niet bij zitten. Gezondheid, dat is uiteindelijk het belangrijkste. Dat zeggen we ook als we elkaar een gelukkig nieuw jaar wensen. Gezondheid is het laatste wat je een mens kunt afnemen.
Maar dat blijkt niet zo te zijn. Want ook als Job door een ernstige ziekte wordt getroffen, zegt hij God niet vaarwel. Gezondheid blijkt niet het laatste te zijn dat je een gelovige kunt afnemen. Wat blijft is zijn geloof, vroomheid, rechtschapenheid. Juist dat wat de satan hem probeert te ontnemen, daar kan hij niet bij. Want het is om niet dat Job de Heer lief heeft.
Maar dan komt er uit onverwachte hoek een derde verzoeking om God vaarwel te zeggen. Zijn vrouw ziet dat hij zelfs nu God nog lief heeft. Terwijl hij op de ashoop zit, zichzelf moet krabben met een potscheef. Wat de satan probeerde in daden en niet wat niet lukte, dat brengt zijn vrouw onder woorden: zeg God vaarwel. Maar opnieuw geeft Job dezelfde reactie. Hij zondigt niet, zegt God niet vaarwel.
Job heeft God lief om niet. Hij legt geen vanzelfsprekend verband tussen: geloof en voorspoed, geloof en gezondheid, geloof en rijkdom. Als het verhaal van Job één ding duidelijk maakt dan is dat er geen vanzelfsprekend verband bestaat tussen geloof en voorspoed. Een gelovige is niet onkwetsbaar voor tegenslag, ziekte, voor onbegrijpelijk en schijnbaar zinloos lijden. De Bijbel leert ons geen voorspoedevangelie.
Het boek Job neemt het lijden van een gelovige juist heel serieus. Het is als het ware een dieptepeiling. Iedere gelovige die te maken krijgt met lijden kan zich herkennen in de worsteling van Job.
Juist omdat Job God dient zonder reden, juist omdat hij geen verband legt tussen geloof en voorspoed, zegt hij God niet vaarwel. Het gaat Job niet om wat hij krijgt maar het gaat hem om God zelf. Daarom kan hem alles worden afgenomen, behalve het laatste, het werkelijke fundament onder zijn leven, dat is God zelf.
Je kunt naar aanleiding van deze vertelling een theologische discussie gaan voeren over God en het lijden, over de rol van God versus de rol van de satan, over de oorsprong van goed en het kwaad.
Maar als je het hele boek van Job heb gelezen, de hele lange worsteling van Job hebt gezien. Dan komt er geen antwoord op die vragen. Geen rationele verklaring. Van Job niet, van de vrienden van Job niet, zelfs van God niet. Maar er is wel een ontmoeting met God. Nu heeft mijn oog u gezien. Uiteindelijk vindt Job rust en troost bij God.
Wij worden niet, in de eerste plaats uitgedaagd, tot een theologisch debat. Maar er wordt ons een vraag gesteld. De vraag die Jezus stelde aan Petrus, zelfs drie maal toe: Heb je mij waarlijk lief, heb je mij lief zonder reden, heb je mij lief om niet?
Job hield stand in de verzoeking, Petrus niet. Misschien lijken wij wel meer op Petrus dan op Job. Daarom is het goed om ons te realiseren dat Jezus tegen Petrus en tegen ons zegt: Ik heb voor je gebeden dat je geloof niet zal bezwijken.