kajuitzeiljacht

Inhoudsopgave

boten vanuit westergeest

 

Op het Earnewāldster Skūtsje. 1981

In dezelfde tijd dat ik bezig was met het afbouwen van dit casco werd mij gevraagd of ik als bemanningslid meewilde op het Earnewāldster skūtsje. Er was een nieuwe schipper aangesteld en er moest een bijna geheel nieuwe bemanning komen. Om goed beslagen ten ijs te komen in de eerste wedstrijd in Grou moesten we veel weekends oefenen en dan kwam er van werken aan de friendship niet zo veel. De bedoeling was om met het skūtsje hoger te eindigen dan de voorgaande jaren.

 De eerste wedstrijd in Grouw was tekenend voor de mate van geoefend zijn : We werden vijfde en dat was meer dan iedereen had verwacht. Door het bruine "taan"vocht dat tijdens deze wedstrijd uit het zeil regende was ieder na de wedstrijd aardig "bijgebruind". De resultaten waren echter sterk afhankelijk van het tuig dat we konden lenen. In Langweer moesten we het met het enige goedgekeurde grootzeil doen.(een "zakdoekje" ) Op de rustdag hebben we voor het eerst de zeilen van de friendship kunnen uitproberen en voor het skūtsje kregen we de beschikking over een grootzeil van Woudsend.

Het jaar daarop werd de bemanning zelfs kampioen, maar dat jaar heb ik wel de voorbereiding meegemaakt, maar door familieomstandigheden moest ik de wedstrijden aan mij voorbij laten gaan.  

  

We hebben toen in de nieuwe gezinssamenstelling de Friese meren verkend en een aantal keren de wedstrijden van de SKS van dichtbij meegemaakt. Het bleek dat de friendship zelfs geschikt was voor zes personen.

Het jaar daarop werd de uitrusting van het schip uitgebreid met o.a. een kompas en dat resulteerde in verkenning van het IJselmeer en de Randmeren. De eerste oversteek van Lemmer naar Enkhuizen was het zicht gelukkig goed, want het kompas stuurde ons op de dijk Lelystad-Enkhuizen af. In de haven aangekomen bleek het kompas zo'n 25 graden mis te wijzen. Na een en ander nog eens goed te bekijken bleken de compenseermagneetjes nog onder het kompas te zitten; toen een en ander was verwijderd was het probleem opgelost. Op weg naar Hoorn bleken we echter nog geen zeebenen te hebben: we zijn op de motor met gereefd zeil langs de kust er gekomen, maar we vonden het allen eng. Later hebben we wel voor vol gezeild met hardere wind. Een aantal jaren hadden we het weer mee. In 1984 was het een week lang "binnenzitters"weer en toen bleek dat ieder toch wel erg dicht op elkaars lip zat en dat leidde tot verschillende aanvaringen. Op een regenachtige morgen hebben we gezegd: in Dokkum staat een heel groot huis met voor ieder een eigen kamer dus ………. Varen. De volgende dag hebben we opgeruimd in de boot en het weekend erop zat ons schip in de orderportefeuille van " Het wakend Oog". Binnen een paar weken had de Mazzel een nieuwe eigenaar en wij moesten bedenken en oriėnteren: wat nu??

 

Platbodem  IJselmeergrundel 

Afkomstig uit Earnewāld en wonend dicht bij de Waddenzee was de keus gauw gemaakt. Een Westerdijkschouw moest er komen. Ik had een beetje ervaring met de ruimte van het Wad meevarend op de "Sparks" van onze overburen. Dat het uiteindelijk een grundel werd, had te maken met de financiėle kant van de zaak en zeiden insiders een grundel neemt minder buiswater over. De ijselmeergrundel zoals de platbodem officieel werd genoemd was eigenlijk een schouw met een schokkerkop ervoor. Veel platbodemzeilers dachten ook dat ze te maken hadden met een schokker maar als ze dan de achterkant zagen wisten ze weer beter.

 

 

Zo zag de familie het schip voor het eerst in Harlingen.

 

 

Op het wad bij de oostpunt van Schiermonnikoog.

 

 

Voor anker op het Lauwersmeer.

 

Het eerste jaar was weer een "wen"jaar. We bleven op de Friese meren en voeren langs Giethoorn en Blokzijl en belanden zo op het Ketelmeer en later het IJselmeer.  Zeilen met deze platbodem was geen makkie: het schip was ondanks het voortdurend veranderen van de stand van de zwaarden enz. erg loefgierig. Na een overtocht met windkracht 4 was mijn heup blauw van het hangen tegen het helmhout en de klappen die ik op moest vangen. Zodoende was er werk aan de winkel in het winterseizoen: door een boegspriet voorop te lassen, ging het voorstag naar voren en naar boven. Er kwamen twee banen in de fok bij; dat was al een hele verbetering. Later werd het grootzeil aan de onderkant nog 20 cm ingekort en toen liep het schip als de zogenaamde trein.

 

De mooiste herinnering hebben we overgehouden aan onze tocht over het Duitse Wad.

Hieronder enkele foto's.

Je gelooft je eigen ogen niet als je dit ziet. Je denkt aan gezichtsbedrog als je Norderney zo in de verte ziet. Wat dat betreft was Spiekeroog een veel natuurlijker eiland, getuige de foto hieronder.