zo begon het

Inhoudsopgave

kajuitzeiljacht

 

Fluessen en Snekermeer.

Na de verhuizing in 1970 naar Koudum tussen Fluessen en Morra ging ook de ûlewapper mee; al gauw bleek dat een 16 kwadraat geen boot is voor het ruimere water, vanwege het buiswater dat overkomt al bij windkracht 3. Er moest een boot komen die minder water overneemt.
Dat werd een vrijheid. Het kampioenschip kon worden overgenomen, als ik de boot niet zou onttrekken aan het wedstrijdcircuit in Sneek en omstreken. Na een seizoen wennen aan het schip kreeg ik een ligplaats in een schiphuis bij Sneek en ging ik meedoen aan een aantal wedstrijden op het Sneekermeer.Erg aanmatigende naam had het bootje: AGRESSOR 2, maar we waren erg bijgelovig en durfden de naam niet te veranderen. Het was de 1422. Toen ik een ervaren fokkenist aan boord kreeg,durfde ik mee te doen aan de Sneekweek en met succes. De eerste wedstrijd ging boven verwachting: het eerste kruisrak na de start hadden we de koppositie en stonden die niet meer af. Voor de start van de tweede dag werd ons gevraagd welke zeilen wij gebruikten. (We hadden namelijk een experimenteel grootzeil van de V.K.O.in bruikleen ) Toen we maandag iets minder wind hadden en ik het met een andere fokkenist moest doen, werden we 10de. Op hardzeildag was het echt hardzeilen geblazen. We bouwden zo'n voorsprong (elke knik in de schoot was reden tot een daverende plané) op dat het finishcomité ons nog niet verwachtte en we stonden te boek als niet gefinisht. We hadden echter onze eigen wedstrijd gevaren met een aantal boten uit de Topklasse en die konden getuigen dat we wel waren gefinisht en wanneer. Hoewel ik de laatste wedstrijddag al weer aan het werk moest en dus niet meedeed, hadden we zo'n grote voorsprong opgebouwd dat de hoofdprijs toch nog steeds in huize de Jong hangt.

Het volgende seizoen stond in het teken van een eigen huis. Bovendien eisten vrouw en kinderen hun aandacht en de vrijheid werd verkocht. Ik werd voor heel even een landrot.