Eerste Waarschepen
Het heeft maar twee seizoenen geduurd. Een boot waar het hele gezin iets aan
heeft; dat was de opdracht die we ons stelden. Het werd een waarschip 600. een
donkerblauwe boot. Na een seizoen bleek het toch wat te klein voor een gezin
met twee kinderen. Ondertussen was de boot aan het eind van het seizoen blauw
de winterberging ingegaan en via rose felrood geworden en aan het nieuwe
seizoen begonnen. Het bootje moest echter alweer wennen aan een nieuwe
eigenaar.
Een casco met houtpakket werd gekocht op het eiland Terschelling. Geladen op
een trailer voor een Schakel werd het schip met handkracht op de veerboot
getrokken en in Harlingen achter een Renault 4 gekoppeld. Van Harlingen naar
Koudum bleek dat wanneer de snelheid boven de 50 km kwam, de trailer met de
auto aan de haal wilde gaan. Toch kwamen we heelhuids op de afbouwplaats
aan.
Het viel niet mee om bij de lage temperaturen nog zoveel warmte in de boot te krijgen dat er gelijmd kon worden. Tijdens het monteren van de kajuitopbouw had ik de radio aan en luisterde naar het verslag van de 10km schaatsen op de Olympische spelen en het commentaar was zo meeslepend dat ik een loosgat verkeerd aanbracht en een daklat op de kop monteerde. Toen het in het voorjaar uiteindelijk aan het schilderen toe was waren de temperaturen weer zo hoog dat ik moest uitkijken dat de kwast niet rechtop in de twee componentenverf bleef staan. Wel drie seizoenen lang heb ik moeten schuren om de uitgeharde kwaststrepen weggeschuurd te krijgen. Tenslotte moesten we vervoer zoeken naar Hindeloopen omdat de kiel daar was bezorgd (er was daar een collega "afbouwer").
Na de tewaterlating in Hindeloopen voeren mijn vrouw en ik buitenom naar Workum. Bij de wachtsteiger voor de sluis stond mijn schoonvader te wachten met twee stootkussens: "die moet je tussen het schip en de kant doen dan beschadigt het niet zo erg". En dan te begrijpen dat vader Scholten in Aalten alleen een klein beekje kende en hij had de buitenboord motor ook al geleverd.
hier konden we
alleen maar van dromen.

Deze foto bij gebrek aan een foto van de gele "Mazzel".
Aan deze kwarttonner hebben we veel plezier beleefd. We deden veel ervaring op. Het bleef echter bij verkenning van de Friese meren en mijn neus rook ook wel eens ander water. Toen we in 1977 verhuisden naar Dokkum, werd ook de gedachte aan een grotere boot weer actief.
Polyester
Friendship 26
In die tijd maakte Meyer in Balk furore met zijn Friendships en een polyesterjacht leek ons weer eens iets anders, maar dan wel weer de nodige zelfwerkzaamheid betrachten was het idee. Dus een casco met volledig afbouwpakket werd besteld.
Wel als je praat over volledig hier was niet bezuinigd op de accessoires, zelfs de schroeven en bouten werden meegeleverd. Bij de assemblage bleken veel onderdelen geheel pasklaar te zijn. Nadeel was de lucht van polyester en styreen. In het begin ging ik 's avonds nadat ik had "gepolyesterd" met de hond uit en dan dacht ik dat ik griep onder de leden had; zulke "lamme" benen had ik, maar na een tijdje viel het kwartje. Als ik nu polyester ruik, maak ik als het even nog steeds rechtsomkeert.
Maar wat een
schip en wat een snelheid en dat terwijl we met de kwarttonner al erg verwend
waren.

Tijdens het werken aan het casco dat op de oprit voor het huis lag, kregen we
steeds meer contact met onze overburen. Deze waren bezig met het
"bewoonbaar" maken van een kajuitcatamaran. ( een Quest) Tijdens
gesprekken bleek dat ze op de vliering een bouwpakket hadden liggen van een
Mirror.
Ze kwamen niet
aan assembleren toe. Dat doe ik wel, beloofde ik wat erg snel zoals later
bleek, maar uiteindelijk zijn het er zelfs drie bootjes geworden. Een is
verkocht; een was uiteraard voor de buren en de derde werd het bijbootje van de
friendship. En op de zolder van de schuur in Westergeest liggen nog altijd
mallen voor een (gewijzigde en aangepaste) versie.


Uiteindelijk bleek een bijbootje achter de friendship geen succes en hebben we
het bootje verkocht. Bovendien was het de tijd dat bijna iedereen ging surfen
en ook wij ontkwamen niet aan deze rage. Twee surfplanken mee aan boord was
bovendien gemakkelijker dan één bijboot die achter het schip altijd zijn eigen
weg gaat.