‘Op een gegeven moment bad ik tot Allah en Jezus tegelijk.’

"Want ik was Pakistaanse en ik was moslim. En christen worden, dat kon gewoon niet. Ik bad eerst tot Allah en daarna tot Jezus en ik zei: ‘Als u echt bent, laat het me dan zien.’ " De zoektocht en strijd van een moslima - het verhaal van Sarah Kahn.

lijn_keerpunt.gif (1634 bytes)

Sarah Kahn (Bron: To Meet The Maker)
Ik ben opgegroeid in een moslimfamilie in Engeland. Ik ging wel naar een Engelse school en had meer Engelse dan Aziatische vrienden, maar thuis werd Penjabi gesproken, een van de Pakistaanse talen. Ook werd de islamgodsdienst thuis beoefend. Mijn ouders hebben me nooit gedwongen om streng islamitisch te leven, maar het was continu bij ons in huis aanwezig. Mijn vader las iedere ochtend hardop uit de Koran en dan deed hij dat niet in het Arabisch, maar in het Urdu, zodat hij wist dat mijn broers en ik zouden luisteren en er wat van op zouden pikken.

Pas toen ik naar de middelbare school ging, ontmoette ik andere Pakistanen. En ik raakte bevriend met hen. De meeste van hen waren ook moslim, maar er was er n bij die christen was. Zij zorgde er eigenlijk voor dat ik me in de islam ging verdiepen. Ik wilde weten wat ik eigenlijk geloofde. Ik was opgegroeid in een moslimfamilie, maar geloofde ik het allemaal wel? Ik wilde weten of dat echt de waarheid was. Dus sloot ik me aan bij een organisatie die De Jonge Moslims heette. Ik ging mee op weekenden en ik begon steeds meer te beseffen dat de islam alles was. Het was de waarheid en het was mijn identiteit. Het was alles wat ik kende. In die tijd ging ik een hoofddoek dragen. Ik geloofde echt in de islam. Ik geloofde dat ik door me te houden aan de islamitische regels, in de hemel zou komen. Bidden, vasten en een hoofddoek verzekerden me van een plaats in de hemel.

Occulte spelletjes

Toen ik dat Pakistaanse christen-meisje ontmoette, bestookte ik haar met vragen. Het kon volgens mij gewoon niet. Als je Pakistaans bent hoor je moslim te zijn en zij probeerde in mijn ogen Engels te zijn omdat ze christen was. Ik dacht echt dat het mijn plicht was om haar over de islam te vertellen. Ik vroeg haar waarom ze christen was, want het christelijk geloof was toch een blank geloof. In gesprekken met haar kreeg ik door dat christendom te maken had met Christus en niet met je huidskleur.

We waren op school wel eens bezig met occulte spelletjes, moslims geloven in een geestenwereld. Maar als we bezig waren met het ouijabord en dat christelijke meisje kwam binnen, stopte het gewoon en gebeurde er niets meer. Ik vond dat heel vreemd en dacht daar vaak over na.

Trots

Ook op de universiteit ontmoette ik een Aziatische christin. Zij was zelfs sjiet geweest, een hele fanatieke vorm van islam. Ik vond dat heel bijzonder en was er ook vast van overtuigd dat ze hartstikke fout zat. Maar zij sprak over God in de trant van: God zei dit, en God zei dat. En ik dacht: Waar heeft ze het over? God spreekt toch helemaal niet? God is de almachtige, die gaat niet praten met een mens. Dat kind is echt in de war, dacht ik, maar ik wist ook dat zij iets had, wat ik graag wilde hebben, en ik was jaloers op haar. Dus stelde ik haar de ene vraag na de andere over het spreken van God in haar leven. En zij hield vol dat God tot haar sprak. Ik merkte dat ik steeds nieuwsgieriger naar het christelijk geloof werd, maar dat ik te trots was om dat toe te geven. Ik was moslim en daar was ik trots op.

Op de universiteit zat ook een moslimmeisje dat erg bezig was met occulte dingen en zij wist altijd precies wat ik dacht en wat er ging gebeuren. Ik werd altijd erg bang van haar en dat werd steeds erger. Ik sliep er ’s nachts niet meer van. Toen bedacht ik dat ik in de bijbel wilde lezen omdat altijd gezegd werd dat je daar zo rustig van wordt. Maar toen ik dat deed voelde ik me een verrader ten opzichte van de islam. Ik voelde me daar zo schuldig over, maar toch kon ik niet stoppen met lezen.

Alleen voor blanken

Op een zondagochtend werd ik wakker en ik dacht ineens aan een Aziatisch-christelijke kerk waar ik van gehoord had. Ik maakte mijn kamergenoot wakker, dat was dat christelijke meisje, en ik zei: ‘Ik wil naar die kerk, ga je mee?’ Ze keek me stomverbaasd aan en zei: ‘Wat is er mis met jou, Sarah?’ Maar ze ging mee.

We kwamen de kerk in lopen en ik viel van de ene verbazing in de andere. Aziatische mensen, ook een paar uit Pakistan en ze aanbaden God in het Penjabi! Ik dacht dat het christelijk geloof alleen voor blanken was en dat je dus Engels moest spreken.

Toen gebeurde er iets vreemds. De voorganger stopte tijdens z’n preek, keek me aan en zei: ‘Ze kan je geen kwaad doen.’ En toen ging hij door met z’n preek. En ik zat daar, stomverbaasd, want het was net alsof hij wist van de angst die ik voelde voor dat moslimmeisje dat me zo bang maakte met haar helderziendheid.

Na de dienst ging ik naar hem toe en ik zei: ‘Hoe wist u dat?’ En hij zei: ‘Door de Heilige Geest’ en dat was de eerste keer dat ik hoorde van een Heilige Geest. Ik vond het allemaal zo vreemd en wilde bijna weglopen en nooit meer terugkomen. Maar hij vroeg of hij voor me mocht bidden en ook zijn vrouw kwam erbij staan. Toen hij voor me bad legde hij zijn handen op mij en toen viel ik achterover. Door een soort kracht die ik niet begreep en ik huilde verschrikkelijk.

Strijd

Ik vond het allemaal zo vreemd, zo weird. Ik zei na afloop tegen mijn vriendin dat ik er nooit meer naartoe wilde, zo raar vond ik het allemaal. Maar toch liet het me niet los. Ik kon vaak niet slapen ’s nachts en dan lag ik erover na te denken. Ik las in de bijbel en toen ik de Psalmen las gebeurde er iets met me. Ik begon te bidden en dat was allemaal heel dubbel: ‘Ik wil niet dat u weggaat, Jezus, maar ik wil u ook niet in mijn leven.’ Het was een grote strijd in mezelf. Want ik was Pakistaanse en ik was moslim. En christen worden, dat kon gewoon niet.

Ik bad eerst tot Allah en daarna tot Jezus en ik zei: ‘Als u echt bent, laat het me dan zien.’ En het gekke was dat altijd als ik de bijbel opensloeg, ik iets las waar ik wat aan had. Alsof de God van de bijbel mij kende en wist wat er aan de hand was met mij.

Ik merkte ook dat God gebeden verhoorde, de christelijke God dan. Mijn moeder kreeg kanker en ik vroeg mijn christelijke vriendinnen om voor haar te bidden. Ik was erg bang dat ze zou sterven, maar dat gebeurde niet. De behandeling sloeg aan en ze genas.

Gestraft in de hel

‘Er is geen God dan Allah’ is in de islam n van de belangrijkste gebeden, maar als christen bad ik tot Jezus, de Zoon van God. En als je dat doet ga je in tegen alles waar de islam voor staat. Dat is in de islam een heel ernstige zaak, daar word je eeuwig voor gestraft in de hel. En daar was ik bang voor. Dus bad ik tot Jezus en ik daagde Hem uit. Ik zei: ‘Als u echt bent, laat het me dan zien. Ik wil dat er vanavond iemand bij me komt die zegt dat ik de islam vaarwel moet zeggen.’

Die avond ging de bel en daar stond een jongen uit de kerk met wie ik wel eens gepraat had. En hij zei: ‘Ik weet niet of het iets betekent, maar ik kreeg een boodschap van God voor je. Jezus zegt: Laat gaan.’ Toen wist ik dat het waar was en dat Jezus God is. God had mijn gebed verhoord, Hij had echt naar mij geluisterd. Niet lang daarna heb ik me laten dopen.

Toen moest ik mijn familie gaan vertellen dat ik christen was geworden. En het komt er op neer dat ze me allemaal verlieten. Ze praatten niet met me gedurende zeven, acht maanden. Uiteindelijk spraken ze weer met me en ze waren zo boos, zo gekwetst. Ik had alles waarmee ik grootgebracht was achter me gelaten. Vooral mijn moeder vond dat ik door christen te worden liet merken dat ik Engels wilde worden en westers wilde leven. Maar dat was het natuurlijk niet, al begreep zij dat niet. Ik voelde me nog steeds Pakistaans, maar ook christen.

Alle culturen

De Samaritaanse vrouw in de bijbel ging ook terug naar haar dorp om het aan iedereen te vertellen. En dat deed ik ook. Ik vertelde mijn ouders over Jezus en hoe Hij in mijn leven was gekomen. Hoe Jezus dwars door alle culturen heen mensen wil bereiken, dat het niet afhangt van huidskleur. Ik bad zelfs voor mijn moeder waar ze bij was, toen het een keer niet goed met haar ging. God zorgde ervoor dat ze dat toestond.

Het is nog steeds niet helemaal in orde tussen mij en mijn familie. Maar ik weet dat God bezig is met hen. Want eerst kon ik helemaal niet met ze praten en nu gaat dat wel. Eerst wilden ze me niet als dochter accepteren en nu doen ze dat weer wel. Ze hebben me zelfs dood verklaard, maar nu mag ik gewoon weer thuiskomen.

God is er echt voor iedereen en Hij wil echt een relatie met je hebben. Hij wil iedereen levend water geven zoals ik dat heb gehad en zoals de Samaritaanse vrouw dat kreeg. Dat hoop en bid ik voor mijn familie.

Sarah Kahn

 

Bron: To Meet The Maker, Evangelische Omroep, Hilversum, Nederland.

Keerpunt, 2003


Wilt u naar aanleiding van dit verhaal reageren naar Keerpunt of wilt u weten hoe ook u kunt veranderen? Stuur een e-mail naar Keerpunt:

Mail ons


Lijn ter afscheiding

Home

Klik voor homepage Keerpunt

Verhalen van mensen die veranderden