Twee keer trouwen met dezelfde vrouw

'... toen Foekje daar, midden in die gespreksgroep, opeens vertelde dat ze een relatie had gehad met een ander, stortte mijn wereld zonder meer in. Alles wat ik ooit belangrijk had gevonden, was in n klap weggevaagd. Ik kon alleen nog maar huilen, uren lang.' Het verhaal van Gert.

lijn_keerpunt.gif (1634 bytes)

wpe1D.jpg (3494 bytes)
M'n wereld stort in elkaar. Ik had me altijd afgevraagd wat mensen bedoelden, als ze dat zeiden. Wat is dat? Hoe voelt dat? Maar toen Foekje daar, midden in die gespreksgroep, opeens vertelde dat ze een relatie had gehad met een ander, stortte mijn wereld zonder meer in. Alles wat ik ooit belangrijk had gevonden, was in n klap weggevaagd. Ik kon alleen nog maar huilen, uren lang.

Foekje en ik zijn heel jong getrouwd. We waren twintig en stonden met beide benen in het Groningse studentenleven. Foekje studeerde logopedie en ik wiskunde. De eerste jaren van ons huwelijk kabbelden rustig voort, zonder hoogtepunten, zonder dieptepunten. We waren gewoon gelukkig.

Weekendhuwelijk

Direct nadat ik was afgestudeerd, kwam ons leven op z'n kop te staan. Ik werd opgeroepen voor militaire dienst en vertrok naar Breda voor de onderofficiers-opleiding, een interne opleiding van een half jaar. Alleen in de weekends, en dan niet eens elk weekend, treinde ik naar Foekje. Ons huwelijk veranderde in een weekendhuwelijk, verre van ideaal.

Daar kwam nog eens bij dat ik die periode in het leger werkelijk vreselijk vond. Ik kon niet aarden, begreep absoluut niet wat ik daar deed. Ik praatte weliswaar veel met anderen, maar over het algemeen zat ik er m'n tijd uit te zitten. Soms had ik wacht; en dan was een weekend Groningen uitgesloten. Maar zelfs al kn ik naar huis, dan nog hadden we nauwelijks tijd voor elkaar. De afstand tussen Breda en Groningen viel haast niet te overbruggen. Vrijdagsavonds laat arriveerde ik thuis, doodmoe, en zondagmiddag moest ik al weer vroeg vertrekken, om op tijd op de basis te kunnen zijn.

Eigen wereld

Foekje werkte in die tijd als logopediste in het ziekenhuis in Delfzijl. Ze had haar eigen bezigheden, haar eigen zorgen. Tijdens haar werk werd ze meer dan eens geconfronteerd met patinten die overleden. Heel ingrijpend, maar tijdens de korte weekends die ik thuis doorbracht, kon zij die emoties bij mij niet uiten. En ik van mijn kant, ik kon mijn verhaal ook niet echt kwijt. We leefden ieder in onze eigen wereld, met alle emoties die daarbij hoorden, en konden die niet langer met elkaar delen. Dat gaf de weekends een geladen sfeer. We zaten onze tijd uit tot zondagmiddag. Dan stapte ik op de trein en was ons samenzijn weer voorbij, zonder dat we werkelijk contact met elkaar hadden gehad. In die periode, drie jaar na ons trouwen, dreven we binnen ons huwelijk ieder een eigen kant uit.

Scheuren

Ik had er nog best vertrouwen in. Het lag aan de omstandigheden. De situatie was gewoon onmogelijk. Als die diensttijd er een keer op zat, dan zou alles anders worden. We zouden weer tijd hebben om aan ons huwelijk en onze relatie te bouwen. We zouden weer gewoon bij elkaar zijn, dagelijks contact hebben.

Mijn hoop bleek een illusie. De dag nadat ik definitief uit Breda terugkeerde, kon ik als wiskundedocent beginnen op een school in Ede. Opnieuw pakte ik m'n koffers en de situatie begon van voren af aan. Foekje bleef in Groningen, met haar baan in Delfzijl. Ik ging in Ede op kamers wonen en reisde in het weekend naar m'n vrouw. En de kleine barstjes die eerder waren ontstaan, begonnen langzaam maar zeker verder uit te scheuren.

Ik herinner me de telefoongesprekken die we in die tijd voerden. Het vlotte gewoon niet en we kwamen niet verder dan vage vragen als: "Hoe gaat het in Groningen? Red je het een beetje?" Echt contact was er niet. Er klopte duidelijk iets niet, maar ook daar werd, als bij stilzwijgende afspraak, niet over gesproken. Ik begreep het niet, durfde er ook niet naar te vragen, misschien uit angst dat m'n voorgevoel waarheid zou blijken te zijn.

Riagg

Na verloop van tijd zijn we definitief naar Ede verhuisd. In een poging te redden wat er te redden viel, zochten we hulp bij het Riagg. Samen met nog vier andere echtparen voerden we regelmatig gesprekken. In eerste instantie was ik bijzonder gemotiveerd en vol goede moed. Maar na verloop van tijd ging ik me afvragen wat we daar deden. Terwijl bij die andere echtparen van alles naar boven kwam, kwamen wij geen stap verder. Dat vond ik raar; en ik begon te twijfelen aan het nut van de sessies.

Maar die bewuste middag merkte ik bij Foekje een ongewone spanning. Ik had geen idee wat er aan de hand was, maar dat er iets stond te gebeuren, was duidelijk. En op een gegeven moment, plompverloren, vertelde ze het gewoon: dat er in die periode geen contact tussen ons beiden mogelijk was geweest, omdat ze toen een relatie met een ander had.

Ik kon niets uitbrengen. Dit was dus wat mensen bedoelden, als ze zeiden: "M'n wereld stortte in." Ik had me altijd afgevraagd wat mensen bedoelden als ze dat zeiden. Wat is dat? Hoe voelt dat? Maar toen Foekje daar midden in die gesprekgroep opeens vertelde dat er een ander in het spel was geweest, stortte mijn wereld letterlijk in elkaar. Alles wat ik ooit belangrijk had gevonden, was in n klap weggevaagd. Het was weg, helemaal weg. Vreselijk leeg voelde ik me. Ik kon alleen nog maar huilen, uren lang.

Afgewezen

Eindelijk vielen heel wat puzzelstukjes op hun plaats. Drom was dat contact er nooit echt geweest. Ik had het ook best wel eens gedacht: Er is iemand anders die mijn plekje heeft ingenomen... achteraf, altijd achteraf, had ik het kunnen weten. Zo gespannen als ze tijdens die weekends was. Maar ik sloot m'n ogen voor dergelijke vermoedens en besteedde er zo min mogelijk aandacht aan. Nu zei ze dat zo opeens. Ik kon niets zeggen, kon niet reageren, alleen nog maar huilen tot ik geen tranen meer over had. Daarna keerde ik me, met m'n verdriet, helemaal in mezelf.

Dat weekend vertrok ik alleen naar een vriend in Groningen. Ik moest gewoon even weg van alles, afstand nemen. Van die twee dagen kan ik me niets herinneren, niet hoe ik erheen ben gereisd, niet wat ik daar twee dagen lang heb gedaan, niet waarover we hebben gepraat. Ik was verdoofd. Het enige wat ik me herinner, was het besef dat ik voor Foekje dus kennelijk niet waardevol was, dat er iemand anders was met wie ze wel kon omgaan, bij wie ze wl haar verhaal kwijt kon, met wie ze wl kon lachen en huilen. Ik kwam daar niet aan te pas. Ik voelde me waardeloos, afgewezen. Ik telde niet meer mee.

Toen ik na twee dagen weer thuiskwam, namen we stilzwijgend de beslissing geen punt achter ons huwelijk te zetten. Naar elkaar toe spraken we niets uit; er werd geen vergeving gevraagd; we vroegen niet hardop hoe we hiermee konden leren leven. Foekje kwam me gewoon bij het station ophalen en we besloten samen naar huis te gaan en met behulp van het Riagg te proberen ons huwelijk weer op orde te krijgen.

Onmacht

In de periode die volgde, leek alles wat beter te gaan. Af en toe geloofde ik zelfs dat het heel redelijk liep. Er waren geen geheimen meer tussen ons, en dat was zowel voor Foekje als voor mij een enorme opluchting. De geboorte van Marten leek dat nog eens te bevestigen, zeker naar de buitenwereld toe.

Maar dat glanslaagje was heel oppervlakkig. Zodra we met elkaar in gesprek gingen, bleek dat de vertrouwensbasis van mijn kant was afgestorven. Hoe kon ik Foekje opnieuw leren vertrouwen? Hoe deed je dat na alles wat er was gebeurd? Hoe kon ik met die herinnering leren omgaan? Het was een strijd in mezelf, die ik naar Foekje toe niet uitte. Ik kwam er voor mezelf niet eens uit, laat staan dat ik half geformuleerde gedachten met haar zou delen. Beter niets zeggen dan iets half zeggen, dacht ik. Door die stilzwijgendheid hadden we eigenlijk niet eens zulke buitensporige ruzies en conflicten. Maar van binnen voelde ik me ellendig eenzaam.

Bijna twee jaar na de geboorte van Marten, in 1985, hakte Foekje de knoop door en zijn we uit elkaar gegaan. Chronisch depressief was ik in die tijd, helemaal in mezelf gekeerd. M'n werk deed ik op de automatische piloot; en er was nooit iemand die eens vroeg hoe het met me ging.

Foekje zag ik heel regelmatig, als ik ons kleine jochie kwam ophalen. Gevoelens van boosheid had ik dan niet. Het gekke was dat ik op een bepaalde manier nog steeds van haar hield. We konden in feite niet zonder elkaar, maar ook niet mt elkaar. De keuze om te scheiden, was dan ook ingegeven door een gevoel van onmacht

God

Enkele jaren later, het was 's avonds om een uur of elf, werd er gebeld. Foekjes buurvrouw, Jacqueline, stond voor de deur. Ik schrok enorm. Er was natuurlijk iets gebeurd wat ze me niet via de telefoon kon vertellen! Maar voor ik ook maar iets kon vragen, begon ze te vertellen hoe ze met haar man aan het bidden was geweest. Op een of andere manier had ze opeens het gevoel gekregen dat ze met me moest komen praten. "God houdt van je," besloot ze uiteindelijk haar verhaal.

Ik stond daar maar, wist me geen raad met de situatie. Ze zei het niet zo direct, maar ze bedoelde natuurlijk: God heeft me gestuurd. Ik kan me niet meer herinneren wat ze allemaal gezegd heeft of wat ik zelf zei. Ze is binnen geweest; we hebben gepraat; en later hebben we nog samen gebeden. En ergens had ik toch het gevoel: Dit gebeurt niet zomaar; zij komt hier niet om te vragen hoe het met me gaat of simpelweg omdat ze me aardig vindt. Ik voelde dat er meer achter zat. God? Had Hij Jacqueline hierheen gestuurd?

Die avond bracht een ommekeer in mijn leven. Echt snappen deed ik het niet en dat heb ik ook tegen God gezegd. "Ik begrijp niet wat U van me vraagt of wat U me duidelijk wilt maken!" En al zei of vroeg Jacqueline niets over Foekje, toch had ik het gevoel dat God niet alleen met mij, maar ook met Foekje bezig was. Het was alles zo verwarrend. Ik zag het zelf niet meer, en toen de buurvrouw later op de avond vertrok, heb ik heel mijn situatie voor het eerst in Gods hand gelegd, heb ik alles overgegeven.

Tot op dat moment was ik steeds kerkelijk actief geweest. Ik praatte over God, bad mee in de kerk, las, zong. Maar een persoonlijke relatie met God had ik niet. Ik wist ook eigenlijk niet wat dat precies inhield. En nu was daar opeens de buurvrouw met die intens persoonlijke boodschap: God houdt van je. Het was niet Jacqueline die dat zei, dat begreep ik wel, het was God zelf. En voorzichtig begon er iets in mij te veranderen.

Brief van Foekje

Kort daarop ontving ik een brief van Foekje. Vijf kantjes maar liefst. Met stijgende verbazing las ik. Ze schreef vanuit het diepst van haar hart. Of ik haar wilde vergeven? Voor het eerst in jaren herkende ik iets van de Foekje waar ik van had gehouden. Maar met die vraag om vergeving kwam meteen alle oude pijn weer naar boven. Die ander die er geweest was, het wantrouwen, mijn eigen achterdocht. Kon ik haar vergeven? Erover praten was op dat moment onmogelijk.

Daarom pakte ik pen en papier. Ik vertelde haar hoe blij ik was met haar brief, de eerste opening sinds jaren. Op mijn beurt vroeg ik haar om vergeving. Vergeving voor mijn onmacht de situatie toen te hanteren, vergeving voor het feit dat ik niet de verantwoordelijkheid had genomen aan ons huwelijk te werken.

Kort daarop ben ik een avond naar haar toe gegaan en hebben we tot diep in de nacht gepraat. Voor het eerst in vijf jaar herkenden we beiden een stukje toenadering, openheid in het gesprek. Het werd een lange avond waarin veel dingen eindelijk eens werden uitgesproken. We hebben samen gebeden, voor het eerst gehuild in elkaars nabijheid. God was met Foekje n met mij aan het werk gegaan.

In de tijd die volgde, hebben we veel met elkaar gebeden en gepraat. De weg terug was moeizaam en pijnlijk. Samen brachten we die pijn en gebrokenheid bij God. Stukje bij beetje brokkelde het wantrouwen af. Er was vergeving, er was herstel. Het contact werd intenser. Na twee moeilijke, maar vruchtbare jaren durfden we samen met God de grote stap aan en besloten we opnieuw te trouwen.

BruidspaarIn het midden van Gods gemeente werd ons huwelijk voltrokken. Het was niet onze dienst, het was Gods dienst. Hij was zo duidelijk aanwezig en dat was het enige wat wij verlangden. Het ging niet om ons, wat wij voor aparts voor elkaar hadden gekregen. Dat wij Gods zegen op ons samenzijn mochten ontvangen, was louter en alleen zijn werk, zijn herstel in ons leven.

Met Gods hulp waren we beiden van ons eilandje gestapt. Heel concreet hadden we ervaren wat vergeving is - wat het is te vergeven, wat het is vergeving te ontvangen en te aanvaarden. We hadden elkaar vergeven, en God had ons vergeven. Dat gaf een diep besef van waardevol zijn, voor God, maar ook voor elkaar. end.gif (818 bytes)

 
Keerpunt, 2001. Met toestemming van de uitgever en Gert en Foekje overgenomen uit: De verandering. Hoornaar: Gideon, 1995. Omwille van de privacy zijn de namen van de hoofdpersonen veranderd. Voor Keerpunt bewerkt door Wijnand Voogt en Kees Langeveld. Foto's: Hemera Photo Objects


Wilt u naar aanleiding van dit verhaal reageren naar Keerpunt of wilt u weten hoe ook u kunt veranderen? Stuur een e-mail naar Keerpunt:

info@keerpunt.net

U kunt een e-mail naar de persoon uit het verhaal sturen. Vermeld dan als onderwerp 'Reactie op je verhaal op Keerpunt'  en gebruik het volgende e-mailadres:

gert-foekje@keerpunt.net


Lijn ter afscheiding

Home

Klik voor homepage Keerpunt

Verhalen van mensen die veranderden