Rusteloos hart

Aurelius Augustinus uit Noord-Afrika worstelt in zijn leven met hoogmoed, ambitie, seksuele begeerte en levensvragen. Een voorval in een tuin in Milaan brengt een ommekeer in zijn leven. "Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U."

lijn_keerpunt.gif (1634 bytes)

Augustinus
Aurelius Augustinus werd in 354 geboren in Thagaste (nu Souk-Ahras in Algerije) in NumidiŰ, een provincie van Noord-Afrika. Zijn vader was daar raadslid. Augustinus kreeg twee zusjes en een broer. Zijn moeder Monica hing het christelijk geloof aan en voedde Augustistinus daarin op. Als jong volwassene zette Augustinus zich echter af tegen het geloof van zijn moeder.

Augustinus beschreef zijn leven in het boek Belijdenissen uit 397. Als kind kon hij goed leren, maar hij had een hekel aan de lagere school, omdat hij slaag kreeg van de meester. "Vervolgens werd ik op school gedaan om lezen en schrijven te leren, dingen waarvan ik, arm kind, het nut niet kende. Niettemin kreeg ik klappen, iedere keer dat ik traag in het leren was." (Belijdenissen, eerste boek, IX, 14). Hij speelde liever.

Hij bad daarover tot God en vertelt hier later over: "... ik vroeg u met geen kleine innigheid, dat ik in school geen klappen mocht krijgen. En toen gij mij niet verhoorde - hetgeen mij geenszins tot onverstand was - werd er door de grote mensen - ja zelfs door mijn eigen ouders, die niet wilden dat mij enig kwaad overkwam - gelachen om de klappen die ik kreeg, voor mij toen een groot, zwaar ongeluk."

Als jongen liegt en steelt hij. Hij bedriegt, in zijn eigen woorden, "met talloze leugens" zijn leermeesters en zijn ouders, "uit speelzucht, uit verlangen om naar onbenullige vertoningen te gaan kijken en ze in onernst en onrust na te doen. Zelfs diefstallen pleegde ik, uit de proviandkamer van mijn ouders en van hun tafel, gehoorzamend aan mijn gulzigheid of om iets te kunnen geven aan jongens die mij hun spel verkochten, ook al hadden zij er beslist evenveel plezier in als ik. Ook bij het spel probeerde ik vaak nog met bedrog te winnen, overmeesterd door zinloze zucht om uit te blinken. Ja, waar vermeed ik zozeer de dupe van te worden en wat keurde ik zo grimmig af, wanneer ik er anderen op betrapte, als datgene wat ik die anderen probeerde aan te doen? En werd ik zelf betrapt en aan de kaak gesteld, dan ging ik nog liever wild tekeer dan dat ik mijn schuld toegaf." (Belijdenissen, eerste boek, XIX, 30)

Toen hij 16 jaar was, ging "de waanzin van de welwust de staf over mij zwaaien", vertelt hij in zijn Belijdenissen (tweede boek, I, 1). "Mijn ouders maakten zich geen zorgen om mij in mijn val op te vangen door een huwelijk; hun enige zorg was dat ik zo goed en zo overtuigend mogelijk leerde spreken." ( Tweede boek, I, 4).

Zijn vader sterft als Augustinus 16 jaar is. Kort voor zijn dood laat zijn vader zich dopen.

Carthago en Milaan

Na zijn verhuizing naar de grote stad Carthago, Noord-Afrika, krijgt hij onderwijs in vakken als rekenkunde, grammatica, sterrenkunde en welsprekendheid (retorica). In deze havenstad zet hij de bloemetjes flink buiten.  "Liefhebben en liefde vinden was mijn vreugde, vooral wanneer ik zo van het lichaam genoot van wie mij liefhad. Zo kwam het dat ik de bronader van de vriendschap besmeurde met het vuil van de begeerlijkheid en haar stralend wit verduisterde met wat er opwolkte uit de onderwereld van de wellust. En toch, zo walgelijk en eerloos als ik was, ik haakte ernaar een fijnzinnig en beschaafd man te zijn." (Derde boek, I, 1)

In Carthago begint hij een verhouding met een vrouw met wie hij geruime tijd samen zou wonen. Bij haar wordt hij op zijn 18e vader van een zoon, Adeodatus.

Op zijn 19e brengt het boek Hortensius van de Romeinse schrijver Cicero brengt een eerste aanzet tot diepere bezinning. Het spoort hem aan de wijsheid te zoeken. "... met een ongelooflijke hartegloed ging ik naar de onsterfelijkheid van de wijsheid verlangen." (Derde boek, IV, 7). Hij gaat zich met de Bijbel bezighouden, maar hij vindt het boek te min, vergeleken bijvoorbeeld met de in zijn ogen "verheven waardigheid" van Cicero.

In 374 wordt hij professor in de retorica te Carthago. Hij is toehoorder bij aanhangers van het maniche´sme, een christelijk-gnostische secte die indertijd gold als godsdienst voor de elite, maar ook daar krijgt hij geen antwoord op zijn diepste vragen.

In 383 reist haar naar Rome, in 384 naar Milaan, waar hij een baan in de retorica aanvaardt.

"... van mijn negentiende tot mijn achtentwintigste levensjaar, lieten wij ons verleiden en verleidden wij, bedrogen en bedriegend naar het wisselen van onze begeerten: wij deden het openlijk door ons onderwijs in wat de vrije kunsten heet, en in het geheim onder de leugenachtige naam godsdienst, hier hovaardig, daar bijgelovig, overal onwerkelijk; hier onze roem bij het publiek najagend - tot en met theatersuccessen, prijsvraaggedichten, strijd om strooien kransen, onbenullige voorstellingen en onbeheerste lusten - daar echter doende om van die vunzigheden bevrijd te raken door etenswaar aan te dragen naar de zogeheten uitverkorenen en heiligen, die er dan in de werkplaats van hun buikje engelen en goden uit moesten brouwen, tot onze bevrijding! En die dingen hing ik aan en bracht ik in praktijk, samen met mijn vrienden,die door en met mij misleid waren." (Vierde boek, I, 1)

De onrust en onvrede in zijn leven worden groter. Hij wanhoopt, door de invloed van 'academici' en sceptici, aan de mogelijkheid om te waarheid te vinden. Maar de 'platonici' of neoplatonici verlossen hem van die twijfel en be´nvloedden hem dieper.

In Milaan hoort hij bisschop Ambrosius preken en raakt daardoor geboeid. Deze neemt zijn intellectuele bezwaren tegen de Bijbel weg.

'Neem en lees'

Tijdens een geestelijke crisis in 386, op 32-jarige leeftijd, gaat hij languit liggen onder een vijgeboom in de tuin van zijn woning in Milaan. Hij praat wanhopig tegen God. "... wel niet met deze woorden, met wel in deze geest: 'En gij, Heer, hoe lang nog? Hoe lang nog, Heer, zult gij steeds maar vertoornd zijn?Wees onze oude ongerechtgiheden niet indachtig!' Want door die oude ongerechtigheden - dat merkte ik - werd ik vastgehouden. En ik stiet maar klaaglijke woorden uit: 'Hoe lang nog, hoe lang nog, dat "morgen" en weer "morgen"? Waarom niet meteen? Waarom niet op dit moment een eind aan mijn verfoeilijkheid? Dat zei ik maar en ik schreide maar in bittere vermorzeling van mijn hart.

En ineens, daar hoor ik een stem uit een naburig huis, een stem die zingende zei en steeds weer herhaalde, een stem als van een jongetje of van een meisje, ik weet het niet: 'Neem en lees! Neem en lees!' En meteen veranderde mijn gezicht en begon ik ingespannen na te denken of kinderen bij een of ander spelletje iets van dien aard zingen; het wilde me niet te binnen schieten dat ik het ooit ergens had gehoord. Toen bedwong ik de heftige stroom van mijn tranen en stond op: de enige verklaring die ik kon geven was deze, dat ik van Godswege bevel kreeg om het boek te openen en de eerste passage waar mijn oog op viel te lezen." (Belijdenissen, 8e boek, XII, 29)

Snel gaat Augustinus terug naar de plek waar hij een bijbelboek had neergelegd, "toen ik was opgestaan en weggegaan. Ik pakte het, deed het open en las zwijgend de passage waar mijn ogen het eerst op vielen:

'Niet in brasserij en dronkenschap, niet in slaapkamers en oneerbaarheden, niet in twist en naijver, maar trekt de Heer Jezus Christus aan en vertroetelt niet het vlees in begeerlijkheid.'"

Deze woorden treffen Augustinus. In een moderne vertaling luidt het gedeelte aldus:

We moeten ons behoorlijk gedragen alsof het al helemaal dag is. Dus geen zwelgpartijen en drinkgelagen, geen ontucht en losbandigheden, geen onenigheid en afgunst. Nee, we moeten ons als het ware wapenen met de Heer Jezus Christus en niet ons zondige ik koesteren dat tot allerlei begeerten aanzet. (Romeinen hoofdstuk 13 verzen 13-14 - Groot Nieuws vertaling)

"Verder lezen wilde ik niet en het was ook niet nodig. Want meteen, bij het eind van deze zin, stroomde er als een licht van zekerheid in mijn hart binnen en vluchtte al de duisternis van mijn weifelen en twijfelen heen," vertelt Augustinus.

Leven in een gemeenschap

Hij breekt met zijn manier van leven en geeft later zijn beroep als retor op. Met een aantal vrienden en familieleden, onder wie zijn moeder Monica en zijn zoon Adeodatus, besluit hij om samen een leven van afzondering, gebed, overpeinzing en onthouding te gaan leiden.

In het daaropvolgende jaar 387 wordt Augustinus samen met zijn zoon gedoopt door bisschop Ambrosius. Daarna keren hij en zijn vrienden en familieleden terug naar Afrika. In afwachting van de boot in de havenplaats Ostia sterft moeder Monica.

Terug in Afrika terug sticht Augustinus in zijn ouderlijk huis in Thagaste een gemeenschap naar het voorbeeld van de eerste christenen van Jeruzalem. Zij bestuderen de bijbel en beoefenen de wijsbegeerte.  Voor deze gemeenschap schrijft hij een leefregel, die tot op heden als Regel van Augustinus door tal van religieuze gemeenschappen wordt gevolgd:

" ……praten en lachen, elkaar een vriendendienst bewijzen, samen boeken lezen, gemakkelijk overstappen van een lichte conversatie naar een gesprek over de diepere dingen van het leven; verschil van opvatting zonder rancune, zoals iemand voor zichzelf verschillende opvattingen hebben kan, en wanneer bij een uiterst zeldzame gelegenheid tegenstellingen ontstonden tot overeenstemming komen; elkaar iets leren; ongeduldig de thuiskomst van de afwezige afwachten en hem met vreugde welkom heten bij zijn thuiskomst; al deze tekenen van affectie, getoond door een woord, een gebaar, een oogopslag en op zoveel andere wijzen ontstaken een licht in ons binnenste en maakten ons ÚÚn hoewel we met velen waren".

Belijdenissen

In 319 aanvaardt hij, met tegenzin, een kerkelijke functie. In 395 wordt hij mede-bisschop en in 397 bisschop te Hippo Regius. Een veeleisende en uitputtende taak.

Zijn  autobiografische meesterwerk Belijdenissen uit 397 is onvergankelijke literatuur. Het is de eerste autobiografie in de westerse geschiedenis. Hij geef blijkt van een scherp inzicht in de menselijke ziel, in zijn eigen motieven, en ging onomwonden in op zijn zwakheden en twijfels. De theoloog Adolf von Harnack betitelde hem daarom de 'eerste moderne mens'.

De beroemdste woorden uit de Belijdenissen' luiden: 'Gij hebt ons tot U geschapen, en onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.' ('Fecisti nos ad Te est inquietum est cor nostrom, donec requiescat in Te.'). Ze staan in het begin van dat boek, hieronder weergegeven in een iets andere vertaling:

"Groot, zijt Gij, Heer, en hoog te prijzen. Groot is uw macht en uw wijsheid kent geen grenzen.
En loven wil U een mens, een nietig deeltje van uw schepping, een mens die moeizaam de last van zijn sterfelijkheid meedraagt, en in zijn zondigheid ervan getuigt dat Gij de hoogmoedigen weerstaat.
En toch wil U loven die mens, een nietig deeltje van Uw schepping. Gijzelf doet hem die vreugde vinden in het zingen van Uw lof, want Gij hebt ons naar U toe geschapen, en rusteloos is ons hart tot het rust vindt in U." (Belijdenissen, eerste boek, I,1)

Een ander woord van Augustinus:

"Veel te laat heb ik U lief gekregen, o schoonheid zo oud en toch zo nieuw. Veel te laat heb ik U lief gekregen.
Binnen in mij waart Gij en ik was buiten, en dßßr zocht ik U. Lelijk als ik was, stortte ik mij op de mooie dingen die Gij gemaakt hebt.
Gij waart bij mij, maar ik was niet bij U! Die dingen hielden mij ver van U verwijderd; en toch zouden ze niet bestaan als ze niet in U bestonden.
Toen hebt Gij geroepen en geschreeuwd en mijn hoofd doorbroken. Geschitterd en gestraald hebt Gij en mijn blindheid verjaagd. Een heerlijke geur hebt Gij verspreid; en diep ademde ik die in en nu snak ik naar U. Ik heb U geproefd en sindsdien dorst en honger ik naar U. Gij hebt mijn hart geraakt, en het is ontvlamd in verlangen naar Uw vrede." (Belijdenissen, boek tien, XVII, 38)

AugustinusAugustinus stierf in 430 tijdens de belegering van de stad Hippo door de Vandalen.

Hij behoort tot de meest invloedrijke denkers in de geschiedenis van het Westen.

Kees Langeveld, 2003

Geraadpleegde bronnen, onder andere:

Gepubliceerd op Keerpunt, 2003.


Wilt u naar aanleiding van dit verhaal reageren naar Keerpunt of wilt u weten hoe ook u kunt veranderen? Stuur een e-mail naar Keerpunt:

Mail ons

Vermeld daarbij als onderwerp 'Verhaal Augustinus', dan weten wij op welk verhaal u reageert


Lijn ter afscheiding

Home

Klik voor homepage Keerpunt

Verhalen van mensen die veranderden